wpc75e9d83_1b.jpg

een moment s.v.p.

 

de pagina wordt geladen . . .

wp4976ca83.jpg
Marca van Dijk gaf deze les met gebruik van de beamer op 6 februari voor haar medestudenten van de tekengroep.
In de komende lessen laten we ons door de Chinese en Japanse kunst inspireren. Het doel is niet traditie maar
hedendaagse kunst. Neem als gebruikelijk mee: inkt, tekenmaterialen en verf. Neem zo mogelijk ook bijzondere
ondergronden mee: zijdepapier, rijstpapier, stoffen, al dan niet gedecoreerd. Na oefenen op diverse ondergronden,
gaan we ook collages en afdrukken maken.

De afbeeldingen openen in een nieuw venster. Klik in dat vester om het weer te sluiten.
De afbeeldingen zijn afkomstig uit: Chinese paintings of the Ming and Qing dynasties 14th-20th century, International
cultural corporation of Australia limited en Au Ho-Nien, de Chinese traditie hernieuwd, Rijksmuseum voor Volkenkunde.

Chinese Schilderkunst

 

door Marca van Dijk

technische realisatie Hans Goossens en Pieter Berkhout

 

Dynastieën

Bij het bestuderen van Chinese kunst zijn een aantal punten van belang.

Kenmerk van de Chinese geschiedenis is dat deze vanaf ongeveer 300 v Chr

tot 1912 n Chr min of meer onafgebroken is geweest. Geen verloren bescha-

ving, dark ages, of renaissance, geen grote revoluties. Dat zie je ook aan de

kunst waarin sprake is van een geleidelijke ontwikkeling en vervolmaken van

al vroeg ontwikkelde principes. Het is gebruikelijk de Chinese geschiedenis in

te delen in dynastieën. Weet je in welke dynastie iets plaatsvond dan is dat ge-

makkelijk te dateren. Voor ons is het moeilijker omdat we de dynastieën niet

goed kunnen plaatsen. Toch ga ik in deze bespreking ook van dit uitgangspunt

uit. Tenslotte vooraf: de afbeeldingen zijn allemaal uit de Ming en de Qing

dynastieën (1368-1912), ik gebruik hen echter ook als illustratie voor oudere

perioden.

 

Teksten

Vaak komt in een Chinees schilderij een geschreven tekst voor. Meestal zijn

de teksten aangebracht door de schilder of een bevriende dichter/kalligraaf. In

dat geval is de tekst integraal onderdeel van het kunstwerk. De kalligrafie heeft

eigen regels evenals de opstelling van de tekst. Zo bestaat er een bijzondere

literaire stijl voor het schrijven van gedichten.

 

Penseelvoering

De Chinese schilderkunst is al erg oud. De oudste overblijfselen zijn fragmen-

ten van inkt en gewassen kleuren op zijde uit een tombe uit de derde eeuw voor

Chr. Vondsten van latere datum uit de Han en Sui-dynastie (206 v.Chr-220 n

Chr resp 589-618) bevestigen het voortgezette gebruik van inkt op zijde.

Er wordt ook al lang nagedacht over de theoretische kant van het schilderen.

In de vijfde eeuw ontwikkelden theoretici en kunstcritici al principes van de

schilderkunst. Penseelvoering stond hierbij centraal.

 

Voorbeelden van verschillende penseelvoeringen

Klik op de afbeeldingen voor grotere weergave

1. Twee haviken, Lin Liang, 15e eeuw

2. Bloemen, 1537 Chen Daofu

3 en 4. bamboe en bamboe beiden rond 1751

5. Landschap, Wang Shimin, 1669 (detail van een groter schilderij).

wp4de465a3_1b.jpg
wpe6929a7c_1b.jpg

afb. 1

afb. 2 (vormen samen één rol)

wp6e0a149d_1b.jpg
wp4d111e29_1b.jpg

'De geest vatten'

Doel van het schilderen is niet om een zo groot mogelijke gelijkenis te creëren,

maar om de essentie van de vorm en de schoonheid van het object weer te

geven, ahw “de geest” te vatten. Mooi voorbeeld hiervan is:

 

6. eenzame visser in de herfstrivier, Yau Shu 1423-1493.

    De mist ontstaat door geen inkt aan te brengen.

 

Landschappen

Veel Chinese schilderkunst betreft landschappen. Die landschappen zijn

abstract: ze zijn de uitdrukking van een intellectueel ideaal. De eerste land-

schapsstijl ontwikkelt zich tijdens de Tang-dynastie. In deze periode (7e tot de

10e eeuw) beleeft China onder de Tangkeizers een grote bloei. De stijl staat

bekend staat als de Tang blauwe en groene stijl (zie ook afbeelding 6). Deze

stijl ontwikkelt zich tijdens de Song dynastie (10e tot de 13e eeuw) verder tot een

landschapstraditie: schilders proberen op één rol de hele grootsheid van de

natuur weer te geven. Belangrijkste materialen zijn zijde en inkt. Kleur is onder-

geschikt. De technieken om de natuur uit te beelden worden vervolmaakt. In

deze periode ontstaat ook de verdeling van een schildering in een voorgrond,

een middengrond en een achtergrond. In de voorgrond komen wat objecten

voor met een menselijke maat  - bootjes huizen mensen - de achtergrond

bestaat meestal uit verre en vage bergpieken met wolken en mistflarden. De

middengrond vormt de verbinding. Via een stroom of pad wordt de toeschou-

wer van beneden naar boven door het werk geleid.

 

7. Fluit spelen in de herfstvertrekken Wang E, late 15e eeuw.

8. reizen naar de grenspas, 1506 Tang Yin (1.29m x 47 cm)

9. duizenden pieken en kliffen, 1601 Wu Bin (2.23m x 50cm)

10. Vissen in afzondering in een heldere stroom, Wen Boren 1569

wp7b11f442_1b.jpg

afb. 3

afb. 4

afb. 5

wp31605bef_1b.jpg

afb. 6

wpd79d2a69_1b.jpg

afb. 7

afb. 8

wp8e357ed5_1b.jpg
wpdd91b5c0_1b.jpg

afb.9

wpb37bbc23_1b.jpg

afb. 10

Persoonlijke expressie

Tegen het einde van de Song periode (12e/13e eeuw) begint men schilderen

te zien als middel voor persoonlijke expressie. De natuur wordt gebruikt om

innerlijke gedachten en gevoelens uit te drukken. Centraal in deze benadering

staat de gedachte dat het schilderij de kwaliteit van de kunstenaar reflecteert

en niet de schoonheid van het object. De penseelvoering wordt nog belangrij-

ker. Na de verovering van China door de Mongolen door Dzengis Khan zoeken

schilders onder de hiernavolgende Yuan-dynastie vanwege de woelige tijden

de inspiratie in het glorieuse verleden. Toch komen ook in deze periode belang-

rijke kunstwerken tot stand met name van de zogenoemde “vier meesters” die

veel invloed hebben op schilders onder de Ming en Qing.

 

 

 

Geleerden en amateurs

De Ming (1368-1644) kunstenaars hadden de grootse werken van de mees-

ters uit de Songtijd en daarvoor en het idee dat schilderen zelf-expressie was.

Zij hoefden niet naar buiten om de natuur te bestuderen, maar konden de oude

meesterwerken als inspiratiebron gebruiken. Tot de 15e eeuw zijn schilders

doorgaans beroepskunstenaars, maar in de 15e eeuw komt er een beweging

van geleerden-amateurkunstenaars op in Suzhou. Rijkdom en de daarmee

gepaard gaande vrije tijd maakten het deze geleerden mogelijk om kunst te

verzamelen en zelf te schilderen, poëzie te schrijven, muziek te maken en te

kalligraferen. Schilderen wordt door deze amateurs beschouwd als manier om

vrije tijd te vullen en te communiceren met geestverwanten. Schilderijen wor-

den weggegeven, niet verkocht. Technische volmaaktheid is voor deze schilders

bijzaak en werd beschouwd als iets wat afdoet aan “zhou” - een onbedorven

kinderachtige kwaliteit.

 

11. sneeuwlandschap, Wen Zhengmin, 1470-1559

12. genieten van een schilderij, Cheng Hongshou (wordt als surrealistisch

beschouwd vanwege de zwevende rots en personages en de karikaturale

weergave van de personen - klik op de afbeelding voor volledige weergave)

wp48ddec4a_1b.jpg
wp642166ee_1b.jpg
wp6b233eeb_1b.jpg

afb. 11

afb. 12

wp4fb94cf8_1b.jpg

De twee groepen: geleerden-amateurs en professionele kunstenaars bleven

naast elkaar bestaan. Daarbij stond de technische benadering van de profes-

sional tegenover de creatieve benadering van de amateur. De professional ont-

wikkelt een eigen stijl door de stijlen van oude meesters te bestuderen en in

zich op te nemen, de essentie ervan te doorgronden en de stijl dan aan te pas-

sen. De amateur hoeft zich hier niet aan te houden, hij kan zijn fantasie volgen.

 

13. landschap in de stijl van Ni Zan, 16661, Hong Ren

14 en 15, eenvoudige hut in het groene gebergte, 1663, Kun Can

 

 

'De geen-stijl'

Misschien als reactie op de creatieve amateurs ontstaat een individualistische

stroming. Daarin gaan artiesten weer zelf de natuur in (met name de bergen)

en combineren ze wat ze waarnemen met wat zij zien bij de oude meesters.

Individualisten willen terug naar de oorsprong van het schilderen voor de stijlen

ontwikkeld werden. hun uitgangspunt is dat de artiest spontaan en natuurlijk als

de natuur kan werken. Deze stijl noemen zij “de geen-stijl”. De geen-stijl is tege-

lijkertijd iedere stijl en de oorsprong van alle methoden, die alle mogelijkheden

omvat en vrij is van beperkingen.

 

16. landschap Wang Yuanqi 1642-1715

17a en b. waterbuffel en kroos en garnalen, Gao Qipei 1672-1734 (Met name

de waterbuffel had van Picasso kunnen zijn, het water wordt niet over de buffel

geschilderd, maar waar water is is geen buffel te zien)

18. blad uit een album, Mei Qing 1623-1697

19. rotsen en vogels, Zhu Da na 1705

20. landschap 1685 Dao Ji

wp7607d72b_1b.jpg

afb. 13

afb. 14

afb. 15

wp92196b98_1b.jpg

afb. 16

wpf038adaa_1b.jpg
wp34d963d8_1b.jpg
wp2c638416_1b.jpg
wpdb0fa184_1b.jpg
wp64bd1fa9_1b.jpg

afb. 17a

afb. 17b

afb. 18

afb. 19

afb. 20 (vormen samen één rol)

De 18e eeuw

In de 18e eeuw komt een vernieuwingsgolf op gang. Vogels en bloemen worden

belangrijker dan landschap en kleuren worden veel gebruikt. In de 19e eeuw

wordt de kunst beinvloed door de wensen van de nouveau riche (kooplieden uit

Shanghai ed). Deze wilden vooral decoratieve stukken en hadden geen interes-

se in de moeilijke klassieke kunst.

 

21. honderd bloemen, Zou Yigui 1686-1772

22. Wang Xizhi bekijkt ganzen 1890 Ren Bonian

23. paarden, Lang Shining (Guiseppe Castiglione) 1688-1766 (Italiaan die als

missionaris in China kwam, maar beroemd werd als schilder in dienst van het

hof en die de principes van de westerse schilderkunst in China introduceerde).

 

wp3820c730_1b.jpg
wp13933a22_1b.jpg
wpd01295f7_1b.jpg

Eind 19e eeuw

Aan het einde van de 19e eeuw en begin van de 20ste herleeft de belangstelling

voor de klassieke kunst en het landschap. Sommige artiesten gaan zelfs in het

westen studeren (Parijs) maar keren doorgaans toch weer terug tot de Chinese

stijl.

 

24. herfstbloemen, 1922 Chen Hengke

25. Nieuwjaars bloemen en fruit, 1915 Wu Changshuo

 

 

Modern: afbeeldingen 26 t/m 30

Een moderne meester is Au Ho Nien, die als vernieuwend wordt gezien

omdat hij met perspectief werkt en schaduw. Hij is een vertegenwoordiger van

de Lingnan school. Wie hier meer over wil weten kan op internet zoeken naar

Au Ho Nien en Lingnan.

afb. 22

afb. 23

afb. 21

wp47433b19_1b.jpg
wpbc169a9e_1b.jpg
wpb013d331_1b.jpg

afb. 24

wp4cddc646_1b.jpg
wp1a8c20ed_1b.jpg
wpe82bf7f7_1b.jpg
wp336a92f2_1b.jpg

afb. 25

afb. 26

afb. 28

afb. 27

afb. 29

afb. 30

door Marca van Dijk

technische realisatie Hans Goossens en Pieter Berkhout

 

 

Japanse prenten werden gedrukt met behulp van houtblokken op sterk en

absorberend papier gemaakt uit de bast van de moerbeiboom. Het papier is

vrijwel pH neutraal, dat wil zeggen niet zuurhoudend en niet gevoelig voor ver-

kleuring door veroudering.

 

De uitgever gaf de kunstenaar opdracht een bepaalde voorstelling te maken.

De kunstenaar kwam met een schets en als die naar genoegen was werd de

definitieve tekening gemaakt. Die werd door een kopiist overgetrokken op trans-

parant papier. Met behulp van dit papier werd de tekening overgebracht op een

stuk hout en uitgesneden. De kunstenaar gaf op de proefdrukken aan welke

kleuren moesten worden gebruikt. Voor iedere kleur was een afzonderlijk blok

nodig. Na de introductie van de meerkleurendruk in 1765 kon dit betekenen dat

er 10 tot 20 blokken nodig waren voor een prent.

 

Japanse prenten werden gemaakt voor de groeiende stadsbevolking van Edo

(nu Tokyo) en Osaka. Er was veel vraag naar prenten en uitgevers probeerden

aan die vraag te voldoen. Omdat uitgevers populaire thema’s zochten zijn er

veel prenten met afbeeldingen van beroemde acteurs en courtisanes. Als een

onderwerp commercieel succesvol was besloten uitgevers grote edities te

drukken. De beroemdste prentkunstenaars zijn Hokusai en Hiroshige. Men

vermoedt dat van sommige prenten van Hiroshige meer dan 20.000 exempla-

ren zijn gedrukt. De kwaliteit liep wel erg terug naarmate de blokken waarmee

gedrukt werd vaker werden gebruikt.

 

Doorgaans werden de eerste paar honderd prenten met grote zorg gedrukt,

precies conform de instructies van de kunstenaar. De resultaten waren bedoeld

voor een kennerspubliek. Later als het ontwerp bekend was werden er grotere,

veel slordiger oplagen gedrukt, die voor het grote publiek bestemd waren. Met

uitzondering van een paar uitgaves uit de 20ste eeuw is niet bekend in hoe grote

oplage prenten werden gedrukt. Dat hing af van het succes en van de uitgever.

 

 

 

 

 

wp345f4ba4_1b.jpg
wp1db91a7a_1b.jpg
wp66b302ab_1b.jpg
wpe0031376_1b.jpg
wp96ab073b_1b.jpg
wp6e915431_1b.jpg
wp0076c440_1b.jpg
wp317c289f_1b.jpg
wp4c1454db_1b.jpg
wp5479cea0_1b.jpg

Japanse Prenten

 

De afbeeldingen openen in een nieuw venster. Klik in dat vester om het weer te sluiten.

De afbeeldingen zijn afkomstig uit: De courtisane en de acteur 1995, Hotei publishing, Leiden, Rijksmuseum Amster-

dam en Rijksmuseum voor Volkenkunde.

wp7e25da4c_1b.jpg
wp8f564359_1b.jpg
wp6f021a7a_1b.jpg
wpe4ad7c93_1b.jpg
wp59aeef29_1b.jpg

.

wp324fdd26_1b.jpg
wp324fdd26_1b.jpg
wpde1b06d3_1b.jpg
wp32ed0b44.jpg
wp6c77685b_1b.jpg
wp59e1d5bf_1b.jpg
wp00000000.png
PIETER BERKHOUT