een moment s.v.p.
de pagina wordt geladen . . .

Chinese Schilderkunst
door Marca van Dijk
technische realisatie Hans Goossens en Pieter Berkhout
Dynastieën
Bij het bestuderen van Chinese kunst zijn een aantal punten van belang.
Kenmerk van de Chinese geschiedenis is dat deze vanaf ongeveer 300 v Chr
tot 1912 n Chr min of meer onafgebroken is geweest. Geen verloren bescha-
ving, dark ages, of renaissance, geen grote revoluties. Dat zie je ook aan de
kunst waarin sprake is van een geleidelijke ontwikkeling en vervolmaken van
al vroeg ontwikkelde principes. Het is gebruikelijk de Chinese geschiedenis in
te delen in dynastieën. Weet je in welke dynastie iets plaatsvond dan is dat ge-
makkelijk te dateren. Voor ons is het moeilijker omdat we de dynastieën niet
goed kunnen plaatsen. Toch ga ik in deze bespreking ook van dit uitgangspunt
uit. Tenslotte vooraf: de afbeeldingen zijn allemaal uit de Ming en de Qing
dynastieën (1368-
perioden.
Teksten
Vaak komt in een Chinees schilderij een geschreven tekst voor. Meestal zijn
de teksten aangebracht door de schilder of een bevriende dichter/kalligraaf. In
dat geval is de tekst integraal onderdeel van het kunstwerk. De kalligrafie heeft
eigen regels evenals de opstelling van de tekst. Zo bestaat er een bijzondere
literaire stijl voor het schrijven van gedichten.
Penseelvoering
De Chinese schilderkunst is al erg oud. De oudste overblijfselen zijn fragmen-
ten van inkt en gewassen kleuren op zijde uit een tombe uit de derde eeuw voor
Chr. Vondsten van latere datum uit de Han en Sui-
Chr resp 589-
Er wordt ook al lang nagedacht over de theoretische kant van het schilderen.
In de vijfde eeuw ontwikkelden theoretici en kunstcritici al principes van de
schilderkunst. Penseelvoering stond hierbij centraal.
Voorbeelden van verschillende penseelvoeringen
Klik op de afbeeldingen voor grotere weergave
1. Twee haviken, Lin Liang, 15e eeuw
2. Bloemen, 1537 Chen Daofu
3 en 4. bamboe en bamboe beiden rond 1751
5. Landschap, Wang Shimin, 1669 (detail van een groter schilderij).
afb. 1
afb. 2 (vormen samen één rol)
'De geest vatten'
Doel van het schilderen is niet om een zo groot mogelijke gelijkenis te creëren,
maar om de essentie van de vorm en de schoonheid van het object weer te
geven, ahw “de geest” te vatten. Mooi voorbeeld hiervan is:
6. eenzame visser in de herfstrivier, Yau Shu 1423-
De mist ontstaat door geen inkt aan te brengen.
Landschappen
Veel Chinese schilderkunst betreft landschappen. Die landschappen zijn
abstract: ze zijn de uitdrukking van een intellectueel ideaal. De eerste land-
schapsstijl ontwikkelt zich tijdens de Tang-
10e eeuw) beleeft China onder de Tangkeizers een grote bloei. De stijl staat
bekend staat als de Tang blauwe en groene stijl (zie ook afbeelding 6). Deze
stijl ontwikkelt zich tijdens de Song dynastie (10e tot de 13e eeuw) verder tot een
landschapstraditie: schilders proberen op één rol de hele grootsheid van de
natuur weer te geven. Belangrijkste materialen zijn zijde en inkt. Kleur is onder-
geschikt. De technieken om de natuur uit te beelden worden vervolmaakt. In
deze periode ontstaat ook de verdeling van een schildering in een voorgrond,
een middengrond en een achtergrond. In de voorgrond komen wat objecten
voor met een menselijke maat -
bestaat meestal uit verre en vage bergpieken met wolken en mistflarden. De
middengrond vormt de verbinding. Via een stroom of pad wordt de toeschou-
wer van beneden naar boven door het werk geleid.
7. Fluit spelen in de herfstvertrekken Wang E, late 15e eeuw.
8. reizen naar de grenspas, 1506 Tang Yin (1.29m x 47 cm)
9. duizenden pieken en kliffen, 1601 Wu Bin (2.23m x 50cm)
10. Vissen in afzondering in een heldere stroom, Wen Boren 1569
afb. 3
afb. 4
afb. 5
afb. 6
afb. 7
afb. 8
afb.9
afb. 10
Persoonlijke expressie
Tegen het einde van de Song periode (12e/13e eeuw) begint men schilderen
te zien als middel voor persoonlijke expressie. De natuur wordt gebruikt om
innerlijke gedachten en gevoelens uit te drukken. Centraal in deze benadering
staat de gedachte dat het schilderij de kwaliteit van de kunstenaar reflecteert
en niet de schoonheid van het object. De penseelvoering wordt nog belangrij-
ker. Na de verovering van China door de Mongolen door Dzengis Khan zoeken
schilders onder de hiernavolgende Yuan-
de inspiratie in het glorieuse verleden. Toch komen ook in deze periode belang-
rijke kunstwerken tot stand met name van de zogenoemde “vier meesters” die
veel invloed hebben op schilders onder de Ming en Qing.
Geleerden en amateurs
De Ming (1368-
ters uit de Songtijd en daarvoor en het idee dat schilderen zelf-
Zij hoefden niet naar buiten om de natuur te bestuderen, maar konden de oude
meesterwerken als inspiratiebron gebruiken. Tot de 15e eeuw zijn schilders
doorgaans beroepskunstenaars, maar in de 15e eeuw komt er een beweging
van geleerden-
gepaard gaande vrije tijd maakten het deze geleerden mogelijk om kunst te
verzamelen en zelf te schilderen, poëzie te schrijven, muziek te maken en te
kalligraferen. Schilderen wordt door deze amateurs beschouwd als manier om
vrije tijd te vullen en te communiceren met geestverwanten. Schilderijen wor-
den weggegeven, niet verkocht. Technische volmaaktheid is voor deze schilders
bijzaak en werd beschouwd als iets wat afdoet aan “zhou” -
kinderachtige kwaliteit.
11. sneeuwlandschap, Wen Zhengmin, 1470-
12. genieten van een schilderij, Cheng Hongshou (wordt als surrealistisch
beschouwd vanwege de zwevende rots en personages en de karikaturale
weergave van de personen -
afb. 11
afb. 12
De twee groepen: geleerden-
naast elkaar bestaan. Daarbij stond de technische benadering van de profes-
sional tegenover de creatieve benadering van de amateur. De professional ont-
wikkelt een eigen stijl door de stijlen van oude meesters te bestuderen en in
zich op te nemen, de essentie ervan te doorgronden en de stijl dan aan te pas-
sen. De amateur hoeft zich hier niet aan te houden, hij kan zijn fantasie volgen.
13. landschap in de stijl van Ni Zan, 16661, Hong Ren
14 en 15, eenvoudige hut in het groene gebergte, 1663, Kun Can
'De geen-
Misschien als reactie op de creatieve amateurs ontstaat een individualistische
stroming. Daarin gaan artiesten weer zelf de natuur in (met name de bergen)
en combineren ze wat ze waarnemen met wat zij zien bij de oude meesters.
Individualisten willen terug naar de oorsprong van het schilderen voor de stijlen
ontwikkeld werden. hun uitgangspunt is dat de artiest spontaan en natuurlijk als
de natuur kan werken. Deze stijl noemen zij “de geen-
lijkertijd iedere stijl en de oorsprong van alle methoden, die alle mogelijkheden
omvat en vrij is van beperkingen.
16. landschap Wang Yuanqi 1642-
17a en b. waterbuffel en kroos en garnalen, Gao Qipei 1672-
de waterbuffel had van Picasso kunnen zijn, het water wordt niet over de buffel
geschilderd, maar waar water is is geen buffel te zien)
18. blad uit een album, Mei Qing 1623-
19. rotsen en vogels, Zhu Da na 1705
20. landschap 1685 Dao Ji
afb. 13
afb. 14
afb. 15
afb. 16
afb. 17a
afb. 17b
afb. 18
afb. 19
afb. 20 (vormen samen één rol)
De 18e eeuw
In de 18e eeuw komt een vernieuwingsgolf op gang. Vogels en bloemen worden
belangrijker dan landschap en kleuren worden veel gebruikt. In de 19e eeuw
wordt de kunst beinvloed door de wensen van de nouveau riche (kooplieden uit
Shanghai ed). Deze wilden vooral decoratieve stukken en hadden geen interes-
se in de moeilijke klassieke kunst.
21. honderd bloemen, Zou Yigui 1686-
22. Wang Xizhi bekijkt ganzen 1890 Ren Bonian
23. paarden, Lang Shining (Guiseppe Castiglione) 1688-
missionaris in China kwam, maar beroemd werd als schilder in dienst van het
hof en die de principes van de westerse schilderkunst in China introduceerde).
Eind 19e eeuw
Aan het einde van de 19e eeuw en begin van de 20ste herleeft de belangstelling
voor de klassieke kunst en het landschap. Sommige artiesten gaan zelfs in het
westen studeren (Parijs) maar keren doorgaans toch weer terug tot de Chinese
stijl.
24. herfstbloemen, 1922 Chen Hengke
25. Nieuwjaars bloemen en fruit, 1915 Wu Changshuo
Modern: afbeeldingen 26 t/m 30
Een moderne meester is Au Ho Nien, die als vernieuwend wordt gezien
omdat hij met perspectief werkt en schaduw. Hij is een vertegenwoordiger van
de Lingnan school. Wie hier meer over wil weten kan op internet zoeken naar
Au Ho Nien en Lingnan.
afb. 22
afb. 23
afb. 21
afb. 24
afb. 25
afb. 26
afb. 28
afb. 27
afb. 29
afb. 30
door Marca van Dijk
technische realisatie Hans Goossens en Pieter Berkhout
Japanse prenten werden gedrukt met behulp van houtblokken op sterk en
absorberend papier gemaakt uit de bast van de moerbeiboom. Het papier is
vrijwel pH neutraal, dat wil zeggen niet zuurhoudend en niet gevoelig voor ver-
kleuring door veroudering.
De uitgever gaf de kunstenaar opdracht een bepaalde voorstelling te maken.
De kunstenaar kwam met een schets en als die naar genoegen was werd de
definitieve tekening gemaakt. Die werd door een kopiist overgetrokken op trans-
parant papier. Met behulp van dit papier werd de tekening overgebracht op een
stuk hout en uitgesneden. De kunstenaar gaf op de proefdrukken aan welke
kleuren moesten worden gebruikt. Voor iedere kleur was een afzonderlijk blok
nodig. Na de introductie van de meerkleurendruk in 1765 kon dit betekenen dat
er 10 tot 20 blokken nodig waren voor een prent.
Japanse prenten werden gemaakt voor de groeiende stadsbevolking van Edo
(nu Tokyo) en Osaka. Er was veel vraag naar prenten en uitgevers probeerden
aan die vraag te voldoen. Omdat uitgevers populaire thema’s zochten zijn er
veel prenten met afbeeldingen van beroemde acteurs en courtisanes. Als een
onderwerp commercieel succesvol was besloten uitgevers grote edities te
drukken. De beroemdste prentkunstenaars zijn Hokusai en Hiroshige. Men
vermoedt dat van sommige prenten van Hiroshige meer dan 20.000 exempla-
ren zijn gedrukt. De kwaliteit liep wel erg terug naarmate de blokken waarmee
gedrukt werd vaker werden gebruikt.
Doorgaans werden de eerste paar honderd prenten met grote zorg gedrukt,
precies conform de instructies van de kunstenaar. De resultaten waren bedoeld
voor een kennerspubliek. Later als het ontwerp bekend was werden er grotere,
veel slordiger oplagen gedrukt, die voor het grote publiek bestemd waren. Met
uitzondering van een paar uitgaves uit de 20ste eeuw is niet bekend in hoe grote
oplage prenten werden gedrukt. Dat hing af van het succes en van de uitgever.
Japanse Prenten
De afbeeldingen openen in een nieuw venster. Klik in dat vester om het weer te sluiten.
De afbeeldingen zijn afkomstig uit: De courtisane en de acteur 1995, Hotei publishing,
Leiden, Rijksmuseum Amster-
dam en Rijksmuseum voor Volkenkunde.
.
Bericht >